Als we je zouden vragen om de eerste vogel te noemen die in je opkomt, dan is de kans groot dat je ‘mus’ zegt. Met goede reden: dit kleine, kwieke vogeltje staat in bijna alle vogeltellingen over heel West-Europa op de eerste plaats. Wat moet je nu zeker weten over de huismus en de ringmus? Ook over hoe je ze aantrekt, door te voederen?
Niet voor niets een ‘huismus’
De mus is een kleine, gedrongen vogel, die in groepen of ‘kolonies’ leeft, vaak in de buurt van mensen en huizen. Als ze luid kwetteren, kun je ze niet missen!
Een volwassen mus eet voornamelijk zaadjes, granen, bessen en bloemknoppen. De jongen krijgen uitsluitend vliegen, muggen, kevertjes en andere insecten te eten. Hoewel slippertjes schering en inslag zijn, blijft een mussenkoppeltje samen voor het leven.
Verdwijnt de mus?
Helaas: ja. De huismus is een typisch stadsvogeltje dat zijn nesten maakt in gerren en kieren van daken en muren. Hij zoekt zijn eten in verwilderde tuinen en braakliggend land. Maar onze huizen zijn hermetisch afgesloten, en veel tuinen zijn gemillimeterd. Gazonnen maken plaats voor terrassen. Nest- en schuilplaatsen verdwijnen, waardoor ze - letterlijk - een vogel voor de kat zijn.
Familieleden van de mus
De ringmus lijkt erg op de huismus. Je kunt ze herkennen aan de halvemaanvormige, zwarte vlek op hun wang. In de stad zul je ze niet snel vinden: deze vogeltjes verkiezen het platteland.
Misschien ken je ook de heggenmus? Hoewel je dat vogeltje ook wel in je tuin kunt vinden, is de naam bedrieglijk: de heggenmus maakt geen deel uit van de mussenfamilie.
Wil je meer mussen in je tuin?
Door struiken en natuurlijke heggen te planten, kun je vele vogels flink helpen. Maar de mus zelf maakt weinig gebruik van echte struiken. Ze gebruikt hooguit een oude klimop als nestplaats. Vooral gemakkelijke toegang tot voer en goede nestplaatsen, bijvoorbeeld meervoudige nestkasten, zijn belangrijk voor de mus.
Het is een goed idee om het hele jaar door bij te voederen. In de lente heeft de mus voer met extra eiwitten nodig. Tijdens de zomermaanden mag je gerust in een veelzijdige zaadmengeling voorzien. In de winter kunnen ze best wat meer vet eten.