Start van het nieuwe seizoen : Rik Hermans

Jan en Rik Hermans (uit Zandhoven) zijn sinds jaar en dag gekend in de internationale duivenwereld, onder andere door hun bekende duivenblad “De Duif”. Maar ook in de duivensport zelf is Rik Hermans zich de laatste jaren gaan nestelen in de absolute Belgische top op de zware halve fondvluchten (500-600 km). We trokken naar de kolonie Rik Hermans om hem enkele vragen te stellen over zijn voorbereiding op het nieuwe seizoen.

Een voorbereidende grote halve fondvlucht voor de eerste nationale vlucht heb ik mijn oude en jaarse duiven nog nooit laten vliegen.
  • Hebben je vliegduiven aan winterkweek gedaan? En worden ze eventueel nog een tweede maal gekoppeld?
  • “De vliegduiven doen nooit aan winterkweek. De jongen zijn altijd lang verduisterd geweest het vorige seizoen en daarom zijn ze nog niet echt klaar voor de winterkweek. Bovendien heb ik het in de winter druk met buitenlands bezoek, verkopen, beurzen enz. De vliegduiven worden pas half maart gekoppeld en mogen vijf à tien dagen broeden om daarna op weduwschap te vertrekken. In 2020 werden de vliegduiven opnieuw half maart gekoppeld, maar door de uitgestelde start door corona hebben ze voor het eerst hun jongen mogen grootbrengen. Duivinnen gingen wel naar hun afdeling voor ze opnieuw moesten leggen en mochten dan nog de jongen azen wanneer de doffers los waren.”

  • Vanaf wanneer start je met het uitlaten van de vliegduiven en maak je veel werk van het opleren bij de oude/jaarse duiven bij de start van het seizoen? En hoe verlopen de trainingen tijdens het seizoen zelf?
  • “Rond half januari gaan de vliegduiven vanuit het jonge-duivenhok met volière, waar ze de hele winter in zitten, terug naar hun eigen hok. Na een paar weken komen ze regelmatig eens los. Na de koppeling en vanaf het weer goed genoeg is, vliegen de duiven tweemaal per dag. De duivinnen om 6u, de doffers om 7u en dan ’s avonds nog eens om 16u30 en 17u30. Na enkele weken worden de oude/jaarse dan drie tot vijf keer gelapt tot 40 km en gaan dan mee naar Quievrain. Vanaf het begin van de nationale vluchten trainen ze nog eenmaal per dag ’s ochtends. Normaal trainen de duiven dus ongeveer zes weken tweemaal per dag verplicht één uur. En dan de rest van het seizoen eenmaal per dag ook nog verplicht (met een ballon gevuld met helium aan een hengel), maar dit hoeft dan niet altijd een uur te zijn. Tijdens het seizoen op weduwschap worden de oude duiven nooit gelapt. Als ze in juli op nest gebracht worden, worden ze bijna dagelijks 40 of 60 km gelapt. We vertrekken ’s morgens om 6u, lossen ze om 7u en zijn zo op tijd weer thuis om files te vermijden.“

  • Hoe wordt er gevoederd in de aanloop naar het seizoen, bij de eerste vluchten en verder in het seizoen? Gezamenlijk of individueel?
  • “In de winterperiode krijgen de duiven vooral Plus I.C.+ Mutine. Begin januari verhuizen ze van het jonge duivenhok - met volières - waar ze de hele winter in verblijven, naar het vlieghok. Dan stap ik over op Plus I.C.+ Gerry. Dit wordt gegeven tot de koppeling half maart, dan krijgen ze ongeveer tien dagen kweekmengeling, en daarna opnieuw de Plus I.C.+ Gerry.

    Voor Quievrain en Noyon (enkel voorbereiding) wordt nog grotendeels Plus I.C.+ Gerry gegeven. Enkel bij de laatste of laatste twee voederbeurten wordt overgeschakeld op Plus I.C.+ Champion, net zoals op de dag van thuiskomst. Voor de halve fond is het opnieuw op dag van thuiskomst Plus I.C.+ Champion, daarna Plus I.C.+ Gerry, maar wordt er vanaf de dag voor inkorving Plus I.C.+ Champion gegeven. Voor de grote halve fond wordt er bij thuiskomst en vaak nog de volgende ochtend Plus I.C.+ Champion gegeven. Daarna Plus I.C.+ Gerry tot dinsdagochtend. Vanaf dinsdagavond is het ofwel Plus I.C.+ Champion ofwel 50% Plus I.C.+ Champion en 50% Plus I.C. + Gerry. Vanaf woensdag 100% Plus I.C.+ Champion, eventueel vanaf woensdagavond aangevuld met 50% Plus I.C.+ Energy, en dit tot de inkorving op donderdagavond.

    De duiven worden altijd gezamenlijk gevoederd en mogen eten zoveel ze willen. Voor de duivinnen is dit in de ochtend 15 minuten voor ze naar hun rusthok gaan, waar ze enkel drinken hebben. En dan ’s avonds nog eens 20 à 30 minuten.

    De doffers mogen ook eten zoveel ze willen. Laten ze veel liggen, dan neem ik de overschot weg. Blijft er maar een beetje over, dan laat ik het in de voederbak en is het ’s avonds of ’s morgens normaal wel op.”

  • Hoeveel vluchten doen je duiven voor de eerste nationale vlucht zware halve fond?
  • “De oude duiven gaan normaal het eerste weekend van april mee. De doffers zeker, de duivinnen als ze al twee eieren gelegd hebben, dus dat is een beetje afhankelijk van het moment van de koppeling. Normaal gezien, afhankelijk van de datum van de eerste nationale vlucht, vliegen de duiven idealiter - afhankelijk van het weer- tweemaal Quievrain (113 km), tweemaal Noyon (218 km) en dan driemaal kleine halve fond (320-360 km), al is dit laatste de laatste jaren maar twee keer mogelijk geweest. Een voorbereidende grote halve fondvlucht voor de eerste nationale vlucht heb ik mijn duiven nog nooit laten vliegen. Uiteraard hebben mijn jonge duiven wel al drie of vier nationale vluchten gedaan en dus hebben ze al de nodige ervaring als jaarling.”

  • Laat je ze elke week vliegen? En hoe zorg je voor een goede recuperatie?
  • “De duivinnen vliegen iedere week. Bij voorkeur twee nationale vluchten en dan een “tussenvlucht” (snelheid of kleine halve fond). Enkel naar het einde van het seizoen toe kan het gebeuren dat ze eens een week rust krijgen. Dan worden ze eventueel wel een keer zelf gelapt tot 40 à 60 km.

    De doffers vliegen bij voorkeur twee nationale vluchten na elkaar en krijgen dan een “tussenvlucht” of, afhankelijk van de omstandigheden, een week rust. Ze worden dan ook niet gelapt. Voor de recuperatie gebruik ik Hemolyt 40 in het drinken na de vlucht, en Form-Oil Plus met B-Pure en eventueel vitaminen/aminozuren over het eten. In de opbouw (grote halve fond) doen we op woensdag en donderdag Dextrotonic en Carmine Mega Forte samen in het drinken. Daarnaast wordt geregeld op dinsdagavond en woensdag Boost X5 en Form-Oil Plus over het eten gedaan.”

  • Toon je de duivinnen/doffers voor en na de vlucht? Hoe en hoe lang?
  • “Bij voorbereidende vluchten wordt enkel na thuiskomst getoond. Lang genoeg, enkele uren tot een halve dag (’s avonds). Vanaf de halve fond wordt voor inkorving altijd zo’n 30 à 45 minuten getoond. De koppels worden dan opgesloten en ik kan ze makkelijk pakken bij het inkorven. Na thuiskomst van de grote halve fond blijven ze tot ’s avonds bij elkaar, en af en toe tot de volgende ochtend.“

  • Heb je nog speciale tips voor liefhebbers en in het bijzonder voor beginners?
  • “Alle begin is moeilijk. Probeer met goede duiven te starten. Dit hoeven zeker geen dure duiven te zijn. Start met eieren of late jongen van een kleine melker uit de buurt en dan is het gewoon geduld hebben. Focus je op één onderdeel, probeer niet overal mee te willen doen, zeker niet in het begin. Heb je vragen, volg de raad van één of twee ervaren melkers uit de buurt. Laat je niet door twintig verschillende personen beïnvloeden, want iedereen heeft een ander advies en vele wegen leiden uiteindelijk toch naar Rome.”

    Voor jou geselecteerd