Welke voeding voor een drachtige of zogende merrie?

Een drachtige merrie heeft extra voedingsstoffen nodig om een gezond en sterk veulen op de wereld te kunnen zetten. Na de geboorte van het veulen pas je het voederschema van de merrie opnieuw aan.

Vóór de geboorte

De laatste maanden in de baarmoeder van de merrie en de eerste twee jaar na de geboorte zijn belangrijk voor de fysieke en mentale ontwikkeling van het veulen. Deze periode is cruciaal voor:

  • de botkwaliteit,
  • de spiervorming,
  • de ontwikkeling van een gezond maagdarmstelsel,
  • en de gevoeligheid voor ziekten bij het veulen.

Daarom is het belangrijk dat het veulen in die periode de juiste bouwstoffen in de gepaste verhoudingen krijgt.

Voeding voor de drachtige merrie

Een merrie die geen actieve sportprestaties levert, heeft in de eerste maanden van de dracht voldoende aan een goed onderhoudsrantsoen zoals Cavalor® Tradition Mix. De laatste 3 maanden van de dracht stijgt de voedingsbehoefte met 50%.

Vanaf de 9e maand heeft de merrie meer mineralen (waaronder calcium, koper, zink, mangaan en fosfor), vitaminen (A en D3) en vooral hoogwaardige eiwitten nodig. Vul daarom het onderhoudsrantsoen dan aan met een energierijk krachtvoer zoals Cavalor Probreed, of Cavalor ProGrow.

Immuniteit van het veulen bevorderen vóór de geboorte

Naast de gewone bouwstoffen heeft het veulen ook nog stoffen nodig die het na de geboorte meteen beschermen tegen de ziektekiemen uit zijn directe omgeving. Plaats daarom de merrie tijdens de laatste maand van de dracht in die box of weide waar het veulen ter wereld zal komen en de eerste levensperiode zal doorbrengen. Zo maakt de merrie de juiste antilichaampjes (immunoglobulines) aan om de ziektekiemen in die omgeving te bestrijden. Om de weerstand tegen ziektes zo groot mogelijk te maken, moet de merrie alle nodige vaccins en ontwormingen gekregen hebben. Vraag hiervoor raad aan jouw dierenarts.

De beschermende stoffen zullen in de biestmelk van de merrie terugkomen en het veulen beter beschermen. Tijdens de eerste 2 weken is het veulen het meest kwetsbaar, want dan maakt het zelf geen of nauwelijks immunoglobulines aan.

 

Na de geboorte

Problemen met de biestmelk

Als de geboorte goed verlopen is, is het belangrijk dat het pasgeboren veulentje zo snel mogelijk gaat drinken bij de moeder. De biestmelk bevat alle noodzakelijke bouw – en immuniteitsstoffenvoor het pasgeboren veulen. Mocht het veulentje te zwak zijn bij de geboorte (waardoor het de kracht niet heeft om de uier te zoeken), of de merrie te weinig melk produceert, dan is het van groot belang zo snel mogelijk (binnen de 24 uur!) voor een aanvullende biestvervanger zoals Cavalor Colostra 24 te zorgen.

Tekorten in die eerste cruciale uren kunnen de verdere ontwikkeling van het veulen schaden. Cavalor Hyppolac werd speciaal ontwikkeld als melkvervanger voor moederloze veulens of voor de veulens van merries die te weinig melk produceren. Omdat regelmaat in de voeding bij veulens erg belangrijk is, wordt aangeraden het voedingsschema op de verpakking van de kunstmelk zorgvuldig op te volgen.

Voeder voor de zogende merrie

Tijdens de periode dat het veulen bij de moeder drinkt, heeft de merrie een nog hogere voedingsbehoefte dan tijdens de dracht. Voorzie altijd voldoende water. De melkproductie is rond de tiende week op haar maximum. Dit kan oplopen tot 18 l per dag en dat terwijl de uier maximaal twee liter melk bevat.

Naast de hoeveelheid is ook de kwaliteit van de melk zeer belangrijk. De conditie van de merrie heeft daar veel invloed op. De melk van een magere merrie zal minder vetstoffen en ruwe eiwitten bevatten dan die van een vette merrie. Deze vetstoffen en eiwitten leveren de energie en grondstoffen voor de celgroei. In het bijzonder de behoefte aan eiwitten van hoge biologische waarden, alsmede calcium, fosfor, zink, mangaan, vitamine A en vitamine D3 nemen toe.

Om aan de verhoogde behoefte te kunnen voldoen, heeft de merrie tijdens de lactatieperiode een energierijk rantsoen nodig, met onder meer een hoog percentage plantaardige oliën en hoogwaardige eiwitten, zoals Cavalor ProBreed.

Voeder voor het opgroeiend veulen

Het veulen moet zo snel mogelijk – maar geleidelijk aan – leren krachtvoer te eten (vanaf de eerste maand). Hierdoor ontwikkelt het spijsverteringsstelsel van het veulen sneller en wordt de basis gevormd voor een sterker en sneller volgroeid jong paard. Bovendien vergemakkelijkt dit het spenen.

Een optimaal voedingsschema voor een veulen hangt af van meerdere factoren zoals ras, afstamming, voeding (kwaliteit), behuizing (weide met voldoende gras / hooi) en het gestel. In de praktijk gaan we meestal uit van gemiddeldes. Uit onderzoek blijkt dat veulens tot een leeftijd van 12 maanden baat hebben bij een hoog energetisch voedsel (veel vetten en eiwitten) zoals Cavalor Start & Go. Na die periode moet de verzorger erop letten dat het jonge paard niet te vet wordt en zo beenderen en gewrichten, die nog volop in ontwikkeling zijn, niet te veel gaat belasten. Vanaf 12 maanden geef je het jonge paard Cavalor Juniorix zodat het evenwichtig kan blijven groeien.

De melkproductie is rond de tiende week op haar maximum. Dit kan oplopen tot 18 l per dag en dat terwijl de uier maximaal twee liter melk bevat.

Voor jou geselecteerd