Welke soorten hooi bestaan er en wat zijn de verschillen?

Paarden

Welke soorten hooi bestaan er en wat zijn de verschillen?

Weet jij ook niet welk hooi je aan je paard, schapen, ezel, geiten … moet geven? Er zijn zodanig veel verschillende soorten dat je door het bos het hooi niet meer ziet. Bij je keuze moet je eigenlijk rekening houden met het doel van het hooi en ook met het soort dier dat je ermee wil voeden.

Het ene hooi is heel voedzaam en het andere dan weer helemaal waardeloos. Naast de voederwaarde kan ook de verteerbaarheid en de smakelijkheid sterk verschillen.

Bij de productie van hooi spelen de volgende drie factoren een grote rol: het soort gras dat gehooid wordt, de bemesting van het perceel dat gehooid wordt en het moment waarop gemaaid wordt (en dan vooral de weersomstandigheden na het maaien).

A) Het soort gras

Men spreekt voornamelijk van de volgende soorten hooi:

  • Weidehooi: zoals de naam aangeeft, wordt dit hooi gewonnen uit gewone graasweiden (grasland) voor dieren. Dat gebeurt in het voorjaar voordat de weide in dat jaar begraasd wordt. Deze weiden worden doorgaans slechts eenmaal per jaar gemaaid voor hooi. Later op het jaar kan die weide nog gemaaid worden om voordroog te maken. Bij weidehooi is er dus meestal maar 1 snede hooi en volgt er daarna nog 1 snede voordroog of wordt de weide begraasd.

    Weidehooi houdt wel het risico in dat dieren onopgemerkt giftige planten (zoals Jacobskruiskruid) eten die vaak in grasland voorkomen. In de natuur herkennen dieren deze giftige planten en laten ze die staan. Maar aangezien ze in de gedroogde vorm de bittere smaak van het gif niet herkennen, kunnen ze via het hooi deze giftige planten toch binnenkrijgen.

  • Raaigrashooi: dit gras staat meestal op cultuurland en wordt dikwijls in het najaar gezaaid na de oogst van graangewassen, aardappelen of mais. Het is een snelgroeiend gras met een hoge opbrengst bij voldoende bemesting. Raaigras werd vroeger voornamelijk gezaaid om als voordroog geoogst te worden maar de laatste jaren is er meer een verschuiving naar hooi. Dankzij de snelle groei van dit gras zijn er op jaarbasis meerdere sneden mogelijk. Dan spreken we van eerste, tweede, derde en zelfs vierde snede. De opbrengst per snede daalt echter aanzienlijk, net als de voedingswaarde. 
  • Graszaadhooi: dit hooi is eigenlijk een bijproduct van de graszaadproductie. Het graszaad moet eerst volledig rijp zijn voordat je kan dorsen en het hooi kan oogsten. De voedingswaarde van dit hooitype is heel laag maar door de grove structuur kan dit hooi heel waardevol zijn, voornamelijk bij niet-prestatiedieren. 
  • Occasioneel hooi: meestal is dit hooi gemaaid op verlaten terreinen of op wegbermen. De oogst vindt dikwijls laat in de zomer plaats, wat wil zeggen dat er maar eenmaal geoogst kan worden. De kwaliteit van dit hooi is heel laag. Het kan enkel gebruikt worden als deel van het onderhoudsvoer voor kleine herkauwers zoals schapen en geiten. Bij occasioneel hooi afkomstig uit wegbermen bestaat het gevaar dat er vreemde voorwerpen zoals blikjes, glas … in zitten. Ook hier kunnen giftige planten een risico vormen. 
  • Rashooi: er wordt steeds meer op verzoek hooi van één bepaalde of meerdere grassoorten verbouwd. De laatste jaren maakt men steeds meer gebruik van gras-klavercombinaties. Veldbeemdgras, lammerstaart (of timothee) en rode klaver worden vaak aan deze mengsels toegevoegd, telkens voor hun specifieke eigenschappen. Dit hooi wordt voornamelijk gebruikt voor kleinere huisdieren zoals cavia’s, dwergkonijnen, etc.

B) Bemesting

Het is vast en zeker aangewezen vooraf een bodemanalyse te laten uitvoeren zodat de bemesting hier kan worden op afgesteld. Hoe meer bemesting je gaat geven, hoe sneller het gras zal groeien, hoe meer het zal opbrengen en hoe meer de waarde van het gras zich zal aanpassen. Voor de productie van hooi wordt daarom een matige bemesting aanbevolen.

C) Het maaitijdstip

Vroeg gemaaid gras (tussen eind april en half mei spreekt men van een eerste snede) zorgt meestal voor het beste hooi op vlak van voedingswaarde. Hoe ouder het gras, hoe meer stengelachtig het wordt en hoe lager de voedingswaarde van het hooi zal zijn.

De weersomstandigheden bij het maaien én drogen spelen een cruciale rol in de kwaliteit van het eindproduct. Bij voorkeur wordt in de namiddag gemaaid en na enkele dagen zonnig weer. Dan bevat het gras meer suikers. Bij minder gunstige weersomstandigheden moet je het maaien uitstellen, want eens het gras gemaaid is, is er geen weg terug. Voor de productie van kwalitatief hooi wacht je het best op stabiel en droog zomerweer met een lichte bries. Zo kan je het hooi langzaam laten drogen en, wanneer het voldoende gedroogd is, in balen (laten) persen. Bij echt warm weer, pers je het hooi het best in de vroege namiddag. Later persen zal ervoor zorgen dat het hooi brokkelig wordt en uit elkaar valt.

Regent het toch? Dan moet je kiezen. Ofwel laat je het gemaaide gras persen en tot voordroog wikkelen op het moment dat het toch een beetje droog is. Ofwel wacht je toch op goed weer zodat je dan later toch hooi kunt maken. Ook al is het slecht weer, toch is het aan te raden het hooi minstens één keer per dag om te keren. Regen heeft meestal een negatieve invloed op het hooi, maar ook dat hangt van verschillende factoren af. Pers zeker geen hooi dat nog niet droog genoeg is! Dergelijk hooi gaat schimmelen en is levensgevaarlijk voor de dieren. Bovendien bestaat dan later, bij stockage, het risico op zelfontbranding.

Jump to top

Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die worden weggeschreven op jouw computer van zodra je deze en/of andere websites bezoekt.

Accepteer cookies